Website van Martin

 

 

Heb je eindelijk een “snelle”  nokkenas voor je motor gevonden (of zelf gemaakt) dan wil je er ook het maximale uit halen.  Dus ga je experimenteren met je nokkenas-timing.

Het is echter goed om je te realiseren wat de consequenties zijn wanneer je
de nokkenas-timing veranderd.
Wanneer de zuiger in het bovenste dode punt staat tijdens overlap (zie het kleptijdendiagram hiernaast), dan staat zowel de inlaatklep alsook de uitlaatklep een aantal millimeters open,  de afstand van een klep tot de zuiger kan erg weinig zijn (de afstand is soms minder dan 1 mm !) en ook de afstand van inlaatklep tot uitlaatklep kan vrij weinig zijn. 
Ga je de nokkenas-timing veranderen dan ga je deze afstanden ook veranderen.

 

Het meeste invloed op de afgifte van het vermogen is het tijdstip van sluiten van de inlaatklep.
In het algemeen is het zo dat hoe later je de inlaatklep laat sluiten, hoe meer vermogen bij hogere toerentallen (ten koste van wat vermogen bij wat lagere toerentallen). Een inlaatnokkenas kun je ongestraft later zetten. De afstand van klep tot zuiger en ook de afstand van klep tot klep tijdens overlap wordt bij het later zetten van een inlaatnokkenas alleen maar groter. 
De uitlaatnokkenas later zetten geeft meer lift tijdens BDP waardoor de afstand klep - zuiger wordt verkleind !

Wanneer je alle nokken op 1 nokkenas hebt dan verhuisd de uitlaat natuurlijk altijd mee met de inlaat, de inlaat later zetten betekend dan automatisch dat de uitlaat ook later wordt (afstand klep – klep veranderd bij 1 nokkenas natuurlijk niet). 

Hoe kun je nu de genoemde afstanden controleren zonder de cilinderkop te demonteren ?

Controleren afstand klep – zuiger:
Hiervoor is het nodig een graden boog op de krukas aan te brengen die exact het BDP aangeeft (lees indien nodig eerst mijn verhaaltje over het plaatsen van een gradenboog en het exact opzoeken van het BDP (tabblad "Tuning").
De afstanden van klep tot zuiger tijdens overlap kun je bij een volledig gemonteerd blok op de volgende manier meten:
Klepspeling correct afstellen. De zuiger in BDP zetten tijdens overlap, de klep staat nu een aantal mm open.
Vervolgens het klepstelboutje verder indraaien en de aantal omwentelingen tellen totdat de klep de zuiger raakt (voorzichtig).  Aan de hand van de spoed van de draad van het klepstelboutje kun je uitrekenen wat de afstand klep-zuiger is. De afstand tussen klep en zuiger hoeft niet in BDP het kleinst te zijn , dus op bijvoorbeeld 10 graden na BDP de meting herhalen.  Is de afstand kleiner geworden, dan meting 20 graden na BDP herhalen. 
Net zolang doorgaan totdat de afstand weer groter wordt, de kleinst gemeten afstand is natuurlijk het belangrijkst.  (is voor een inlaatnokkenas meestal 10 of 20 graden na BDP het kleinst, en voor een uitlaat 10 of 20 graden voor BDP het kleinst). 
Welke afstand jij nog verantwoord vindt dat bepaal jij zelf,  maar hou wel rekening met het kantelen van de zuiger.  Daarnaast is het acceptabel om voor de inlaatklep tot de zuiger een iets kleinere afstand aan te houden,  immers tijdens overlap wordt de inlaatklep opengedrukt en zal in tegenstelling tot de uitlaatklep niet kunnen gaan  “zweven”. 
Heb je ruimte problemen dan kun je de kleppen dieper in de kop laten verzinken (zou ik niet doen)  of de klepuitsparingen in de zuiger dieper maken (kan alleen als de zuiger ter plekke dik genoeg is).

Controleren afstand klep – klep:
Deze controle is natuurlijk alleen nodig wanneer in- en uitlaatnokken op 2 verschillende (afzonderlijk verstelbare) nokkenassen zitten. Deze afstand is bij een gemonteerd blok moeilijk meetbaar.
Wanneer beide kleppen door het bougiegat (gedeeltelijk) zichtbaar zijn dan kun je de afstand klep - klep controleren met bijvoorbeeld een stukje gebogen (las)draad. Ik gebruik hiervoor een stukje (las)draad van 3 mm, eentje van 2,4 mm en eentje van 2 mm dik, zover gebogen dat ze nog net door het bougiegat naar binnen kunnen worden gestoken (maak ze niet te kort zodat ze nooit naar binnen kunnen vallen).
Kun je tijdens overlap, wanneer beide kleppen evenver open staan, het (las)draadje van 3 mm nog tussen beide kleppen schuiven dan is er geen probleem. Is deze afstand niet meer dan 2 mm dan wordt het kritisch, temeer omdat beide kleppen ook een behoorlijke speling in hun geleiders kunnen hebben. Hier een "gokje" mee nemen kan een hoop schade opleveren !

Is de truc met het gebogen (las)draadje om wat voor redenen niet te gebruiken dan moet je wat anders verzinnen:
Wanneer de cilinderkop van een dergelijke motor eraf is kun je de klephoek en de afstand tussen de beide  kleppen onderling bij 0 mm kleplift opmeten.  Maak daarna een Autocad tekening waarin staat weergegeven wat de afstand tussen de kleppen onderling is bij een bepaalde kleplift (zie afbeelding hieronder). Meet nu de kleplift op in BDP (voor zowel in-als uitlaat) en lees de onderlinge afstand tussen beide kleppen af in de tekening.
Onderstaande tekening kan gebruikt worden voor alle koppen met een klephoek van 80 graden, is bij een andere kop de afstand bij gesloten kleppen 8 mm in plaats van 7 mm zoals in de tekening, dan moet je de gevonden afstanden ook vermeerderen met 1.
Welke afstand jij nog verantwoord vindt dat bepaal jij zelf,  maar hou wel rekening met de speling die de kleppen in hun geleiders hebben.
Heb je ruimte problemen dan kun je de kleppen dieper in de kop laten verzinken (jammer van je compressieverhouding !).

Waarom is de verbrandingskamer niet wat groter zodat dit allemaal wat minder nauw komt ?:
Bij standaard motoren is dit meestal ook wat ruimer.  Voor een snelle (race)motor is een kleine compacte verbrandingsruimte echter gewenst voor een snelle verbranding en een hoge compressieverhouding.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

© www.mijn-eigen-website.nl (design)