Website van Martin


Om te beginnen even een paar wetenswaardigheden over Triumph nokkenassen:
Triumph nokkenassen zijn herkenbaar aan nummers die op een nokkenas staan vermeld:
1:
Het gegoten nummer is een gietnummer (niet zo interessant omdat op dezelfde gegoten as zeer veel verschillende profielen kunnen worden geslepen).
2:
Het ingeslagen nummer is het partnummer (dit is wel interessant omdat een partnummer uniek is, hetzelfde nummer is hetzelfde profiel).

Triumph nokkenasprofielen zijn symmetrisch (oploopkant is gelijk aan de afloopkant).
Triumph heeft voor de inlaat en voor de uitlaat 2 verschillende nokkenassen, dus zijn er veel combinaties mogelijk.

Er is zeer veel verwarring over de te gebruiken klepspeling voor oude Triumphs, eigenlijk omdat Triumph er zelf een zootje van heeft gemaakt. Dit kan het beste worden uitgelegd aan de hand van een paar klepliftgrafieken (zie bovenstaande afbeelding), je kunt aan een klepliftgrafiek namelijk vrij goed inschatten wat de klepspeling moet zijn.
In de grafiek zijn profielen weergegeven van een aantal Triumph nokkenassen. Van standaard tot racenokkenassen.

De horizontale lijnen is kleplift in milimeters, iedere lijn is 0,4 mm.


Het probleem Triumph klepspeling:
In de grafiek is duidelijk te zien dat de onderste lijn (standaard Triumph 3TA) van 0 tot ongeveer 0,4 mm lift recht is.
Dit rechte gedeelte van een nokkenas wordt de "Ramp" van een nokkenas genoemd en is bedoeld om de klepspeling langzaam op te heffen wanneer de klep open wordt gedrukt, tevens wordt bij een dergelijke nokkenas de klep weer "zachtjes" op zijn zitting gelaten aan de andere kant van de nok.
Omdat dit rechte gedeelte loopt tot ongeveer 0,4 mm kleplift, moet een klepspeling worden toegepast van ongeveer 0,25 mm (voor zowel de inlaat alsook de uitlaatkleppen).
Wanneer na een aantal kilometers de klepspeling 0,20 of 0,30 mm is geworden is dat nog geen probleem.

Als je daarentegen het profiel van de licht groene lijn (High Performance Triumph 3134 profiel) bekijkt dan zie je dat er helemaal geen "Ramp" aanwezig is, benodigde klepspeling is hier minimaal, slechts 0,05 mm voor een inlaatklep en 0,10 mm voor uit een uitlaatklep.
Bij nokkenassen zonder "Ramp" is zeer weinig reserve ingebouwd, wanneer na een aantal kilometers de speling 0,00 mm is geworden dan kun je problemen krijgen. Ik prefereer daarom nokkenassen met een duidelijke "Ramp".

Het probleem is nu dat je niet eenvoudig kunt zien wat voor een nokkenasprofiel in je Triumph is gemonteerd. Je kunt je werkplaatshandboek raadplegen echter deze motoren zijn veelal een halve eeuw oud en er kan in de loop der tijd vast wel een keer een andere nokkenas gemonteerd zijn. En wie zegt dat er weer dezelfde type nokkenas is gemonteerd ?
Het kan dus gebeuren dat er voor een inlaatklep een speling moet worden aangehouden van 0,25 mm en voor een uitlaatklep een speling van 0,10 mm. Voor een monteur is dit absoluut niet logisch !
Veel monteurs gaan hiermee dus ook de fout in en zeggen "dat moet wel een typefout zijn" en stellen de kleppen af zoals ze geleerd hebben, de klepspeling voor de uitlaat is gelijk aan, of iets meer dan de klepspeling voor een inlaatklep.


Monteurs kunnen nu 2 fouten maken:

1:
Ze passen een klepspeling toe van 0,25 mm op een nokkenas zonder "Ramps" (moet voor een inlaat 0,05 mm zijn).
De nokkenas, nokvolgers, klepstelboutjes, klepsteel-einden en de kleppen enzovoort krijgen het behoorlijk voor hun kiezen en kunnen vroegtijdig "de pijp aan Maarten" geven.
2:
Ze passen een klepspeling toe van 0,05 mm op een nokkenas met "Ramps" (moet 0,25 mm zijn). De klep wordt erg langzaam van zijn zitting gedrukt waardoor met name de uitlaatklep het erg heet kan krijgen en in het ergste geval uiteindelijk zelfs kan verbranden.


Hoe moet het dan wel? :

Veel mensen gaan bij het afstellen van de klepspeling van hun Triumph uit van hun werkplaatshandboek.
Deze motoren zijn veelal een halve eeuw oud en er kan in de loop der tijd vast wel een keer een andere nokkenas gemonteerd zijn. En wie zegt dat er weer dezelfde type nokkenas is gemonteerd ?
Wil je weten welke klepspeling er toegepast moet worden dan kun je het beste je werkplaatshandboek aan de kant leggen en eerst proberen te achterhalen welk type nokkenas er is gemonteerd.

Ligt jouw Triumph blok uit elkaar dan het ingeslagen part nummer op de nokkenas even opschrijven en de juiste klepspeling opzoeken. Klik hier om de juiste gegevens van een Triumph nokkenas te achterhalen (klepspeling in het Engels is "running clearance" of "valve lash" en wordt opgegeven in inches).
(Ik heb niet alle nokkenassen in dit document gecontroleerd, ik kan voor deze informatie dus ook niet verantwoordelijk worden gehouden).

Ligt jouw Triumph blok niet uit elkaar dan kun je het beste een kleplift diagram maken, kleplift versus krukas graden.
(kijk bij "Tuning" voor meer informatie over het maken van een dergelijke kleplift diagram).
Aan de hand van dit klepliftdiagram is vervolgens te zien wat voor type nokkenas in jouw Triumph is gemonteerd en is daarmee de te gebruiken klepspeling duidelijk.


Het afstellen van de klepspeling :
Veel mensen liggen te klooien met voelermaten om de klepspeling te controleren.
Hier is bij een Triumph (en veel andere motoren) eigenlijk geen ruimte voor, en voelermaten zijn soms ook helemaal niet nodig. In veel gevallen kun je het klepstelboutje namelijk gebruiken als schroefmaat. Het klepstelboutje van mijn Triumph heeft 26 gangen per inch, dit is dus ongeveer 1 mm per volledige omwenteling, 0,25 mm is dus een kwart omwenteling.

De krukas draaien totdat 1 inlaatklep volledig open staat, de andere inlaatklep kan dan gesteld worden. Klepstelboutje indraaien totdat de speling weg is (duidelijk voelbaar), kwart omwenteling terug draaien en je hebt een klepspeling van 0,25 mm. Idem met de uitlaatnokkenas. Simpel, snel en nauwkeurig!

 

 

 

© www.mijn-eigen-website.nl (design)