Website van Martin


 


Even iets over bovenstaande klepliftgrafiek:
Triumph maakte vroeger gebruik van 2 soorten nokvolgers, eentje met een kleine radius van 3/4 inch (door Triumph ook wel "STD" nokvolger genoemd) en eentje met een grotere radius van
1 1/8 inch (door Triumph ook wel "R" genoemd). Zie ter verduidelijking de afbeelding rechts.
De radius van een nokvolger heeft invloed op de liftkromme van een nokkenas.
Het verschil is zichtbaar in bovenstaande liftgrafiek.
Weergegeven is een nokkenasprofiel in combinatie met de beide nokvolger radii.
Nokvolgers met een grotere radius van 1 1/8 inch ("R") zorgen voor een iets grotere versnelling tijdens het openen en een iets grotere vertraging tijdens het sluiten. Het gevolg is dat de openingsduur een paar graden langer is, de maximale lift blijft hetzelfde.
Dat komt omdat het raakpunt nokkenas - nokvolger bij een grotere radius verder naar de rand van de nokvolger verschuift (maat "X" op de afbeelding hieronder is bij een 1 1/8 inch volger groter).
Hoe groter maat "X" wordt hoe sneller de nokvolger wordt gelift (hogere omtreksnelheid).

Triumph monteerde nokvolgers met een radius van 3/4 inch ("STD") wanneer er meer vermogen bij een lager toerental nodig was. Dit ging ten koste van wat vermogen bij een hoger toerental.
Triumph monteerde nokvolgers met een radius van 1 1/8 inch ("R") wanneer er meer vermogen bij een hoger toerental nodig was. Dit ging ten koste van wat vermogen bij een lager toerental.
Om nokvolgers met een radius van 1 1/8 inch ("R") te herkennen voorzag Triumph deze nokvolger van de letter "R".



Het probleem Triumph nokvolger:

Nokvolgers met een kleine radius van 3/4 inch ("STD") kunnen voor iedere Triumph nokkenas worden gebruikt. Nokvolgers met de grotere radius van 1 1/8 inch ("R") echter niet.
Met name "snelle" racenokkenassen kunnen een profiel hebben die zorgt dat de nok van de 1 1/8 inch nokvolger "afloopt", het loopvlak van de nokvolger is dan eigenlijk net iets te kort.
"X" in de afbeelding is dan groter dan de lengte van de nokvolger (in de afbeelding gaat het nog net goed ).
Wanneer de nok van de nokvolger "afloopt" dan zal de nokvolger en / of de nokkenas binnen de korste keren volledig stuk lopen.
Omdat in een Triumph 2 nokkenassen gemonteerd kunnen worden met verschillende profielen erop, kan het voorkomen dat de nokvolgers van bijvoorbeeld de inlaat een andere radius hebben dan van de uitlaatnokkenas. Op het oog zien ze er echter allemaal gelijk uit !

Een ander probleem is dat veel nokvolgers inmiddels een halve eeuw oud zijn en vast wel eens een keer nageslepen zijn op wie weet welke radius (ik slijp nokvolgers op elke gewenste radius, ongeacht of er een "R" op staat of niet).
Het is daarom erg verstandig om niet te veel te vertrouwen op de door Triumph aangebrachte letter "R".



Hoe dan wel ?:

Om te achterhalen welke radius op jouw nokvolger is geslepen kun je het beste even een paar cirkels op papier tekenen met de eerder genoemde radii en het loopvlak van de nokvolger hier mee te vergelijken. Het verschil is dan redelijk goed zichtbaar.

Wanneer de radius bekend is en je weet ook het partnummer van de nokkenas (ingeslagen nummer op de nokkenas) waar deze nokvolger op gaat lopen dan moet je nog zien te achterhalen of deze combinatie mogelijk is.
Klik hier om te zien welke nokvolgers bij welke nokkenssen gebruikt kunnen worden. In dit document wordt de radius van een nokvolger (in het Engels "Tappet") opgegeven in decimalen, niet in breuken: radius 3/4" = 0,750 inch (= 19,05 mm), en 1 1/8" = 1,125 inch (= 28,58 mm).
(ik heb niet alle nokkenassen en nokvolgers gecontroleerd, ik kan voor deze informatie dus ook niet verantwoordelijk worden gehouden).

Is deze informatie op de 1 of andere manier niet te achterhalen (je hebt bijvoorbeeld een zeer "speciale" nokkenas die in geen enkele lijst voorkomt) of je vertrouwd de weergegeven informatie niet, dan blijft er niets anders over dan zelf uitzoeken of de nok ook van de nokvolger "afloopt":
Ontvet en markeer het loopvlak van de volger met aftekeninkt of iets dergelijks.
Plaats de cilinder met daarin de nokvolger op het carter (je hoeft niets vast te bouten). Druk de nokvolger met je duim stevig omlaag op de nokkenas en draai de nokkenas met je andere hand een paar keer rond.
Haal de cilinder weer van het carter en bekijk het loopvlak van de nokvolger.
Is er aan beide einden van het loopvlak nog inkt zichtbaar (al is het ook maar een streepje van 0,5 mm breed), dan is deze combinatie nokkenas / nokvolger goed. Is al het inkt verdwenen, ga dan maar op zoek naar een andere nokvolger(of laat hem slijpen op een andere radius).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

© www.mijn-eigen-website.nl (design)